DE TREKZAK
(instrument)
(Bron : http://www.trekzakinstituut.nl)
DE TREKZAK
(zeer beknopte historie)
Trekzak is een "volkse" naam voor de diatonische trekharmonica.
In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, is de trekzak eigenlijk best een modern instrument. Modern als u bedenkt, dat hij vooral gebruikt wordt in de volksmuziek en dat, juist in deze eeuwenoude traditionele muziek, pas sinds half 19e eeuw de trekzak zijn intrede gedaan heeft. Tot dan waren de gebruikte instrumenten v.n.l. fluiten (in allerlei vormen), violen, trommels, draailieren en doedelzakken.
De trekzak is eigenlijk een tot "hand"-harmonica omgebouwde "mond"-harmonica,
die in het begin van de 19e eeuw werd ontwikkeld.
Het principe van de mond- en trekharmonica is al veel ouder.
Al zo'n 3000 jaar voor Christus kende de Chinese cultuur al de "sheng"
of "tcheng". Hier werden al rieten aan het trillen gebracht door
het inblazen van lucht.
Christian Buschmann uit Thüringen (D) ontdekte in 1821 het idee voor de mondharmonica.
Het was echter rond 1860 dat horlogemaker Matthias Hohner in zijn werkplaats
in Trossingen (Schwarzwald) met de productie van mond- en trekharmonica's
begon
en ze wereldwijd bekendheid gaf. Tot op heden is de firma Hohner de grootste
producent.
Uit de diatonische harmonica ontwikkelde zich wat later de (het) accordeon (chromatisch en niet wisseltonig).
In het begin (1930) werd de T-Z alleen in de grote steden bespeeld en wel
door vooral de sophisticated ladies uit de middelklasse.
M.n in Bretagne (F) begeleidden de dames in de salons de cortradansen en de
quadrilles. Wat later werd het dansen in paren populair.
De interesse in het karakteristieke gezamenlijke dansen nam af, en daarmee
de belangstelling voor de T-Z als begeleidingsinstrument.
Korte tijd later werd de T-Z gemeengoed in de volksmuziek en zo ontstond het
imago van armeluisinstrument.
Eind 1800 componeerde Tchaikovsky zijn "suite nr 2" waarin een aantal trekzakken aan bod kwamen in een "scherzo burlesque".
Sinds een paar jaar vindt er een soort volksmuziekrevival plaats, waarin
met name de T-Z zijn plaats weer opeist.
Maar vooral is de T-Z weer populair geworden door de popmuziek.
Merkwaardig genoeg door invloeden uit Amerika: Cajun, Zydeco en Tex-Mex. Vooral
dit laatste is merkwaardig, omdat de Tex-Mex muziek is ontstaan onder invloed
van vooral Duitse emigranten, die hun walsen en polka's meenamen naar de U.S.A..
Via deze omweg weer terug naar Europa!!!
Cajun (en Quebec); Franse emigranten
Zydeco; zwarte invloeden (rock en roll-achtig)
Tex-Mex; uit grensstreek Texas-Mexic
Diatonisch en wisseltonig
Diatonisch en wisseltonig……dat is onze trekzak.
Wisseltonig: omdat als je b.v. knop 5 indrukt en de balg opentrekt een andere
toon hoort dan als je de balg weer dicht duwt. Ik noem dat altijd maar het
mondharmonica effect, omdat dat bij de meeste mensen wel herkenning oproept.
Hoe vaak wordt dit fenomeen niet bestempeld als "diatonisch"?!
Het heeft er helemaal niets mee te maken!!!
Diatonie: de opeenvolging van laddereigen tonen.
Op een trekzak zitten alleen die tonen die voor komen in de toonladders waarin
hij gestemd staat. We gaan uit van de in Nederland meest gebruikte stemming
voor de tweerijer; C - F.
D.w.z. op de buitenrij zit de toonladder van C, op de binnenrij de toonladder
van F.
De twee knopjes boven aan het instrument, knop1 en '1 (mollen/kruizen) laten
we hier buiten beschouwing (zitten er in de Steierische stemming niet eens
op).
Deze C en F zijn majeur toonladders.
F majeur heeft als parallelle toonladder D mineur (Dm).
C majeur heeft als parallelle toonladder A mineur (Am).
Deze 4 toonladders kunnen we dus spelen, maar……
Uitgaande van eenvoudige deunen hebben we de volgende bassen nodig :
In F: F - C Bes In Dm: Dm - A - Gm
In C: C - G F In Am: Am - E - Dm
Speelt u zonder tertsen (in de basakkoorden) dan kunt u al deze akkoorden
gebruiken voor zowel majeur als mineur. Mits de tertsen dus niet uitgeschakeld
zijn en rekening houdend met de balgrichting, hebben we de beschikking over
de volgende akkoorden:
Geduwd: C - F - Bes - A en Am (A+c-akkoord = Am7)
Getrokken: G - C - Bes - Dm en Gm (G+ bes-akkoord = Gm7
Spelen in Am kan dus "links" niet voldoende ondersteund worden.
(We missen de E).
Ergo spelen op een C-F trekzak kan dus redelijkerwijs alleen in:
C en F en Dm
De praktijk:
Het zal ongetwijfeld opgevallen zijn dat je op een trekzak al vrij snel wat
eenvoudige deuntjes kunt spelen. Dit nu heeft alles te maken met het feit
dat het instrument diatonisch is. Het kan bijna niet mis !! Als je op één
rij speelt kun je dus geen foute noten spelen omdat die er gewoonweg niet
opzitten.
De twee knopjes boven aan het instrument, (mollen/kruizen) laten we weer buiten
beschouwing. Iets anders wordt het als je over 2 rijen en tegelijkertijd de
baspartij gaat spelen. De rechts gespeelde noten moeten dan wel in de links
gepeelde akkoorden passen. Omdat we rechts maar een paar toonladders tot onze
beschikking hebben, hebben we links dus ook maar een paar akkoorden nodig.
Conclusie:
De trekzak leent zich uitstekend voor mensen met een redelijk ontwikkeld "gehoor"
en die op dat gehoor gewoon lekker deuntjes gaan spelen.
Maar nogmaals, het grote gevaar is dus de baspartij (de akkoorden).
Te veel zie en hoor ik op de (overigens hartstikke gezellige) trekzakdagen
in den lande dat de muzikanten twee vingers op de bovenste 2 basknoppen (buitenrij)
zetten en die er vervolgens de hele dag niet meer afhalen. (Tenzij ze links
hun pilsje aanpakken). Deze mensen spelen dus alleen een C akkoord (geduwd)
of een G akkoord (getrokken). Echter ook bij redelijk simpele melodieën is
dat heel vaak niet voldoende.
Een simpel voorbeeld:
Probeer die getrokken A (knop 5 buitenrij) eens duwend te spelen (knop '4
binnenrij) en merk dat een F akkoord (basknoppen 3 & 4 buitenrij - geduwd)
vaak veel prettiger klinkt dan het "normaal" gebruikte G akkoord
(basknoppen 1 & 2 buitenrij - getrokken).
Ook zou het kunnen zijn dat diezelfde getrokken A mooi klinkt met een links
gespeeld Dm akkoord (knoppen '1 & '2 binnenrij - getrokken). Experimenteer
eens…..
Interval = Toonsafstand (1 = hele toonsafstand, ½= halve toonsafstand)
Diatonisch:
| do | 1 | re | 1 | mi | '' | fa | 1 | sol | 1 | LA | 1 | si | '' | do |
| C | D | E | F | G | A | B | C |
Chromatisch:
c ½ cis ½ d ½ dis ½ e ½ f…..…enz. (allemaal halve toonsafstanden dus)
Op een "normaal" instrument (niet diatonisch dus) zitten dus ook
alle halve tonen. Het is een stuk moeilijker om hier de goede noten tussenuit
te pikken, maar het legt tegelijk ook wel de grote makke bloot van ons trekkastje.
Hoe vaak heb ik het meegemaakt dat iemand spontaan een lied aanhief … Snel
even begeleiden… Shit verkeerde toonaard!!… Daar zit je dan met een instrument
en je kunt er (tenminste op dat moment) niets mee.
Op een chromatisch instrument (accordeon-gitaar-piano b.v.) kan wel in elke
toonaard gespeeld worden. Steeds moeten de verhoudingen (1-1- ½ enz.) in acht
genomen worden. In de praktijk betekent dat eindeloos toonladders oefenen.
(alleen al 11 majeur toonladders). Hebben wij het lekker toch maar een stuk
gemakkelijker. Weet u nog? (C-F en Dm)
Resumerend: Iedereen kent het do-re-mi-fa-sol… enz.
Als u deze toonladder kunt zingen dan heeft u weer het principe van de diatonie.
U heeft n.l. acht tonen gezongen die allemaal de eerder beschreven specifieke
onderlinge afstand hebben (heel of half). Als u twee toonladders bovenop elkaar
zingt (zie hieronder) beginnend bij C, dan heeft u grotendeels het bereik
van de buitenrij van uw tweerijer gezongen. Begint u met een F, dan heeft
u de binnenrij.
Nogmaals, onze trekzak is diatonisch omdat er alleen de "gewone"
tonen van een toonladder opzitten. Dus geen verhoogde of verlaagde (halve)
tonen.
In het geval van de toonladder van C worden dat: C D E F G A B C,
en niet : C CIS/DES D DIS/ES F FIS/GES G GIS/AS A AïS/BES B C.
Deze reeks (HOOFDLETTERS) vorm een chromatische toonladder.
De tonen op de diatonische harmonika (trekzak) zijn steeds zodanig geordend,
dat de grondtoon ( C ) en de daarbij horende akkoordtonen, de terts (E) en
de kwint (G) alleen klinken bij duwen en de overige tonen van de ladder alleen
bij trekken. Op de binnenrij worden dat geduwd; grondtoon (F), terts (A) en
kwint (C). (we laten hier de gedraaide toets even buiten beschouwing).
Ook hier zitten de overige tonen alleen getrokken.
Buitenrij:
| do | re | mi | fa | sol | la | si | DO | RE | MI | FA | SOL | LA | SI | DO |
| c | d | e | f | g | a | b | C | D | E | F | G | A | B | C |
| 3 | 3 | 4 | 4 | 5 | 5 | 6 | 6 | 7 | 7 | 8 | 8 | 9 | 10 | 9 |
| A mineur: | DO | RE | MI | FA | SOL | LA | SI | DO |
Binnenrij:
| do | re | mi | fa | sol | la | si | DO | RE | MI | FA | SOL | LA | SI | DO | |
| f | g | a | bes | c | d | e | F | G | A | BES | C | D | E | F | |
| '3 | '3 | '4 | '4 | '5 | * | '5 | '6 | ´6 | '7 | '7 | '8 | '8 | '9 | '10 | '9 |
| D mineur: | DO | RE | MI | FA | SOL | LA | SI | DO |
* '5 en '5 (de gedraaide toets)
Op andersgestemde instrumenten zijn de namen en de toonhoogte natuurlijk anders
maar de verhoudingen onderling zijn altijd hetzelfde. Een kwestie van transponeren
en akkoorden aanpassen (zie handleiding voor de tweerijer bl. 60- 61 en 71).
Over het feit dat de hier behandelde toonladders ook gekruist , d.w.z. afwisselend
over twee rijen, gespeeld kunnen worden misschien een andere keer.
DE TREKZAK
Waarom is het instrument zo populair?
Het geeft de mogelijkheid
de dansen en melodieën ritmisch te ondersteunen (L) en tegelijkertijd de melodie
te spelen (R).
Dit in tegenstelling tot de tot dan toe gebruikte instrumenten (fluiten, violen
enz.). Zo hoefde men nog maar één muzikant te betalen!!
Het heeft een krachtig volume.
Vrij gemakkelijk te bespelen. De beperkingen
(toonaard- gebonden en diatonisch) worden in de volksmuziek niet erg gevonden.
Vrij goedkoop.
Makkelijk hanteerbaar en transportabel.
Stevig.
Weinig onderhoud en verzorging nodig.
Ter vergelijking: piano, viool,
doedelzak. Deze instrumenten moeten veel vaker worden gestemd, zijn meer weersafhankelijk
(warm/koud-vochtig). Denk aan de rieten van blaasinstrumenten e.d.
Typische eigenschappen: wisseltonig en diatonisch.
De wisseltonigheid wordt gebruikt om extra ritmische effecten te bereiken.
Diversiteit van geluid door:
diverse stemmingen
"zwevingen"
meerdere koren
kwaliteit van de tongen
hout-en metaalsoorten (klankbodems en tongenblokken)
Wat is de gedraaide toets?
DE GEDRAAIDE TOETS
Met de gedraaide toets wordt bedoeld, de vijfde toon op de binnenrij van de
tweerijer. Uitgaande van een C-F gestemd instrument zit hier origineel een
geduwde C en een getrokken D. Na het draaien dus een geduwde D en een getrokken
C. Sommige instrumenten hebben hier zowel geduwd als getrokken een C.
De z.g. Gleichton. U kunt de duwende C (laten) opstemmen tot een D. Bij anders
gestemde instrumenten zijn uiteraard de namen anders, maar het systeem en
de verhoudingen blijven altijd hetzelfde.
HET DRAAIEN ZELF
Dit kunt u het beste laten doen door de vakman.
Heeft u echter geen twee linkerhanden en geen faalangst... , open dan uw kastje,
wip met een mesje de betreffende blokjes (2 of 3, al naargelang uw instrument
2- of 3-korig is) uit de hars.
Zet ze netjes binnenste buiten (gedraaid) terug. Met een soldeerbout smelt
u voorzichtig de hars. Deze vloeit de zaak weer mooi vast en dicht. Klaar
is Kees.
Het beoogde doel van de gedraaide toets is, het "heen en weren",
dus de balgbeweging in en uit, te beperken.
Nu is dit bij het spelen van volksmuziek niet van zo'n wezenlijk belang.
U zou bijna zeggen, integendeel. Juist bij dit soort muziek geeft het "heen
en weren" een extra ritmisch effect, dat vaak bewust gezocht wordt, en
karakteristiek is voor de trekzak. Echter, bij het spelen van meer "populaire"
muziek (meezingers, zeemansliederen, oude bekenden...) is het van belang zo
vloeiend mogelijk te spelen.
HET GROTE VOORDEEL.
Door het draaien kunt u, uitgaande van de centrale grondtoon (zesde knop buitenrij),
de eerst zes tonen van de betreffende toonladder aan één stuk duwend spelen
(er van uit gaande, dat er over twee rijen gespeeld wordt).
(knop-nrs)
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
| do | re | mi | fa | sol | la |
| C | D | E | F | G | A |
| 6 | '5 | 7 | '6 | 8 | '7 |
Zonder de gedraaide toets zou in deze geduwde reeks, steeds de tweede toon
(re = D) getrokken moeten worden. Dit door het simpele feit, dat er origineel
geen geduwde D (re) op het instrument zit. Steeds een onderbreking van de
vloeiende lijn dus. "Heen en weren" kunt u, ook na het draaien,
gewoon blijven doen. Voor wat dat betreft verandert er nagenoeg niets. Getrokken
zit de centrale grondtoon (bij gedraaide toets) onder de vijfde knop van de
binnenrij. U kunt dus, tot op de laatste toon na, de hele toonladder trekkend
spelen.
(knop-nrs)
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| do | re | mi | fa | sol | la | si |
| C | D | E | F | G | A | B |
| '5 | 7 | '6 | 8 | '7 | 9 | 10 |
Zonder gedraaide toets zou deze (getrokken) reeks, toch steeds duwend moeten worden begonnen. Ook hier weer door het feit, dat er origineel geen getrokken C (do) op uw instrument zit. Behalve vloeiendere lijnen, levert de gedraaide toets, door het minder "heen en weren", ook een stabielere baspartij op. De bassen veranderen immers mee met de balgrichting! Nog een groot voordeel van de gedraaide toets is, dat u de beschikking krijgt over een getrokken C akkoord! (C-E-G) Dat dit van groot nut kan zijn voor uw "luchthuishouding" zal u spoedig duidelijk zijn. Bent u de gelukkige bezitter van een drierijer (G-C-F gestemd b.v.), dan kunt u van twee walletjes eten. U draait de vijfde toon van de binnenste rij. Nu kunt u door op de twee binnenste rijen te spelen, uw drierijer gebruiken als een (C-F) tweerijer met gedraaide toets. Spelen zonder gedraaide toets kunt u op de buitenste twee rijen (in G-C).
OOK NADELEN ?
Wat als nadelig beschouwd zou kunnen worden, is het feit, dat bij de vorming
van het HOOFDAKKOORD van de binnenrij (F), bestaande uit F-A-C, deze drie
tonen niet meer op één rij zitten zoals dat origineel wel het geval is (knop
'3-'4-'5). Door het draaien zit onder knop '5 geen geduwde C meer. Deze C
moet nu gespeeld worden met knop 6 (buitenrij). Het bedoelde F akkoord moet
dus (na het draaien) gespeeld worden met '3-'4 en 6. Er zijn nog wel meer
situaties waarbij het iets makkelijker zou zijn onder knop '5 een geduwde
C te hebben, maar met een beetje handigheid pakt u die C voortaan met knop
6. Mijn ervaring is, dat de nadelen van de gedraaide toets niet opwegen tegen
de voordelen ervan. Integendeel, het principe van de gedraaide toets heb ik
op enkele van mijn eigen instrumenten nog verder doorgevoerd. Ik heb daar
onder knop '2, i.p.v. de (oorspronkelijke) geduwde C, een geduwde D, zodat
het verhaal van de vloeiende lijn (geduwd althans) ook in het onderste octaaf
opgaat.
Voor alle duidelijkheid
De Trekzak moet men niet verwarren met het accordeon. Het accordeon is een draagbaar toetsinstrument, voorzien van metalen doorslaande tongen, die in trilling worden gebracht door een luchtstroom, opgewekt door het in- en uitrekken van een blaasbalg. De accordeon werd uitgevonden door C.F.L. Buschmann uit Berlijn, die in 1822 patent op het instrument verkreeg.


